TBA

plattegrond
Terug Mebest publicaties Download PDF

Het ene kasteel is het andere niet

Weggooien is zonde, restaureren is beter. Zeker als het om cultureel erfgoed gaat. Om het te kunnen bewonderen of om tradities te kunnen blijven vieren. Verschillende redenen die om heel verschillende benaderingen en methodes kunnen vragen, zo bewijzen twee terrazzo-/mozaïekrestauraties.

Tender loving care

Twee kastelen in het Utrechtse. Het ene een sprookjeskasteel in het groen: kasteel de Haar, het andere een mannenburcht in het hart van de stad: het Gele Kasteel, domicilie van het Utrechtsch Studenten Corps. Eigenlijk heet de sociëteit Placet Hic Requiescere Musis. En het ziet er eigenlijk ook niet uit als een kasteel. Geen slotgracht met ophaalbrug, geen torens en kantelen zoals bij De Haar. En ook de gebruikers en het gebruik zijn heel anders dan van de toeristische attractie. Maar er zijn wel degelijk overeenkomsten. Beide zijn in dezelfde periode gebouwd, rond 1900. En beide hebben terrazzo- en mozaïekvloeren die wel wat TLC kunnen gebruiken. Restaureren dus. Maar omdat de doeleinden zo anders zijn, zijn ook de benaderingen niet identiek.

Losse steentjes in De Haar

De roots gaan terug tot de 11e eeuw maar het neogotische kasteel de Haar dat nu zoveel toeristen trekt, is eind 19e eeuw gebouwd; op de ruïnes van de voorgangers. Begin 21e eeuw is het kasteel ingrijpend gerestaureerd, vooral de constructie en de fundering zijn toen aangepakt. Anno nu werkt Terrazande aan het herstel van de mozaïekvloer. “Die was er erg slecht aan toe”, zegt Eric van der Zande. “Veel steentjes lagen los.” Met de restauratie moet hij de beschadigde mozaïeken herstellen, behouden wat goed is en verdere achteruitgang een halt toeroepen.
“Om dat goed te kunnen doen hebben we eerst de ondergrond goed onderzocht. Die bestaat uit beton, kalkmortel en cement. Geen verschil in samenstelling maar wel verschillende schadebeelden. Bij sommige vloervelden was de ondergrond waar de steentjes op liggen volledig verpoederd, bij andere delen lagen ze nog redelijk vast aan de ondergrond maar was die losgekomen van de betonlaag daaronder.” Twee verschillende problemen, twee verschillende oplossingen.

Zonder druk

Een ondervloer stabiliseren wordt vaak gedaan door te injecteren met een lijm. Bij de steentjes in de verpoederde vloerlaag zou dat desastreuze gevolgen hebben gehad. “Er komt dan teveel druk op en dan maak je juist dat alles los komt te liggen. Ik heb een oplossing gezocht waarmee ik onder lage druk een heel dunne en goed vloeiende epoxy onder de gedegenereerde laag kon aanbrengen. Daarvoor heb ik om de 10 a 15 centimeter een pijpje in de vloer aangebracht waardoor ik de epoxy heb gegoten. Alsof je de vloer water geeft.”
Die methode zou niet werken bij de delen waar de mozaïeksteentjes nog wel goed vastzaten maar waar de ondergrond was losgekomen van de betonvloer. “Daar heb ik eerst een dikke thixotropische polyester ingebracht om de leemten op te vullen”, legt Van der Zande uit. “Daarna de dunne epoxy om het bovenste materiaal vast te zetten.”
“In principe is het niet zo ingewikkeld”, vervolgt de terrazziere uit Velddriel. “Vroeger had je maar een beperkt aantal bouwmaterialen dus je weet dat één daarvan moet zijn gebruikt. Je hebt eigenlijk ook maar een beperkt aantal oplossingsmogelijkheden. Belangrijk is dat het zo weinig mogelijk verstorend is. En dan gaat het om de reactie van het bouwmateriaal met jouw oplossing. Dat hebben we uitvoerig getest in de werkplaats voor we er in het kasteel de Haar mee aan de slag gingen.”

Liever geen littekens

Nadat de ondergrond was gestabiliseerd konden de beschadigde delen van de mozaïekvloer worden gerepareerd. Bij dat traject is altijd de vraag of de reparaties zichtbaar mogen zijn of niet. Bij de ene restauratie is het wenselijk dat littekens het karakter benadrukken, bij andere restauraties heeft de esthetiek voorrang. En dan zijn er ook nog toe te passen technieken; voor sommige opdrachtgevers is het belangrijk dat er ambachtelijk wordt gewerkt, net als weleer. Bij terrazzo en mozaïek is dat niet zo’n punt. “We werken op vrijwel dezelfde manier als 200 jaar geleden; alleen hebben we nu elektriciteit”, stelt Eric van der Zande.
Wat zichtbaarheid van de reparaties betreft was het duidelijk, bij kasteel de Haar staat vooral pracht en praal centraal dus er moet er zo min mogelijk te zien zijn van de ingrepen. Dan is het belangrijk om een goed beeld te hebben van de vloer, en hoe die destijds is gemaakt.
Bijvoorbeeld dat de medaillons niet in het werk zijn gelegd, maar zijn geprefabriceerd. “Ze zijn op gompapier gelegd en later op de vloer geplaatst. Daarna zijn de vloervelden gevuld met mozaïek. Je ziet het verschil doordat de medaillons vlakker en strakker zijn en kleinere en gelijkmatiger voegjes hebben dan het vulwerk. Dat moet je wel weten als je aan het werk gaat omdat je reparaties in de medaillons dus veel nauwkeuriger moet doen dan in het vulwerk, anders valt het op.”

Natuursteen of keramiek

Andere dingen die heel bepalend zijn of je een restauratie kunt zien of niet, is het materiaal waar je mee werkt. De mozaïekvloer in De Haar is met keramisch materiaal gemaakt. Het bekende probleem bij restauraties dat dezelfde natuursteen als meer dan 100 jaar geleden is gebruikt, niet meer te krijgen is, speelde dus geen rol. Keramiek is goed in de juiste kleur te maken, al kan dat wel een prijzige aangelegenheid zijn. Probleem blijft wel dat ook keramische steentjes verkleuren, net als de cement waar ze in gelegd zijn. En dat ze slijten. “Je zoekt steentjes die qua kleur zo goed mogelijk op het bestaande werk aansluiten. En je moet goed opletten hoever de steentjes zijn afgesleten; hoe groter de slijtage des te breder de voegen. Dat kan per vloerdeel nogal verschillen. Dat kun je oplossen door een deel nieuwe steentje te gebruiken, een deel de bestaande steentjes schoon te maken en omgedraaid terug te plaatsen en een deel de steentjes precies zo terug te plaatsen als ze lagen”, legt Van der Zande uit.

Kind aan huis

Waar in kasteel De Haar de terrazzorestauratie voor de fotograferende toeristen bijna net zo onweerstaanbaar is als het kasteel zelf, kijkt er in het Gele Kasteel niemand meer op als er aan de terrazzo- en mozaïekvloer wordt gewerkt. Minstens één keer per jaar is Jilles Maarschalkerweerd in de sociëteit van het Utrechtse Studenten Corps voor onderhoud en reparaties. “J. Maarschalkerweerd & Zn. doet dat al vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw; eerst mijn grootvader, toen mijn vader en nu ik”, zegt hij. Onderzoek van de vloer is dan ook niet nodig, die heeft inmiddels weinig geheimen meer voor de Utrechtse terrazzowerker. De uitgangspunten zijn ook heel anders dan in De Haar; de sociëteit wordt zeer intensief gebruikt, de vloer is dan ook vooral functioneel. Al met al een ander soort restauratie in de mannenburcht dan in het sprookjeskasteel.

Natuursteen en keramiek

De vloer is van terrazzo met mozaïekbanden en één beeldend mozaïek op de begane grond van het trappenhuis; een portret van Djengis Kahn. De originele vloer van ruim 100 jaar geleden is in de jaren 90 vervangen. Op het bordes van de trap en in het toilet van de eerste verdieping ligt nog het origineel. En Djengis Kahn, die volgens verhalen ergens in de jaren vijftig voor een thematisch lustrumfeest is gemaakt, is uit de oude vloer gezaagd en in de nieuwe opgenomen.
“Er zitten duidelijke verschillen in de oude en de nieuwe vloer”, weet Maarschalkweerd. “De zwart-witte blokjesrand in de oude vloer is met marmer gemaakt. Bij de nieuwe vloer is dat met keramiek gedaan. Die steentjes zijn 3 tot 4 millimeter dik, veel dunner dus dan de marmerblokjes van 1 tot 1,5 cm. Dat merk je met schuren. Plekken die heel intensief worden gebruikt komen jaarlijks aan de beurt en dan zie je dat die dunne steentjes het minder lang volhouden dan marmer.”

Liever lijmen

De keramische steentjes zijn er ook anders in aangebracht dan vroeger, heeft Maarschalkerweerd geconstateerd. “Toen deden ze eerst het mozaïek en daar werd de terrazzo ertegenaan gewerkt. Bij de nieuwe vloer is dat andersom gedaan. De voegen tussen mozaïek en terrazzo zijn daardoor wat breder en aangezien voegen toch het zwakste onderdeel zijn, maakt dat het minder degelijk.” Omdat het gebouw zo intensief wordt gebruikt, moet hij regelmatig keramische blokjes vervangen. “Normaal gesproken doe je dat met cement, zo is de vloer ook gemaakt”, licht hij zijn werkwijze toe. “Cement heeft echter tijd nodig om goed uit te harden wil het bestand zijn tegen deze belasting, en die tijd is er niet. Er wordt continu overheen gelopen en intensief schoongemaakt. Daarom werk ik met een 2-componenten steenlijm, die wordt heel snel hard.”
Ook scheuren herstellen in de vloer bij het Corps doet hij met die 2-componentenlijm. Zonder uithakken en frezen. “Daarmee maak je de scheur groter. Dan moet je korrels gaan toevoegen en dat doe ik liever niet. Korrels met lijm is zwakker dan alleen de lijmverbinding. En hier moet de reparatie echt wel tegen een stootje kunnen.” De aanpak werkt, ook doordat hij in ieder geval één keer per jaar in het gebouw is, en vaak nog vaker. De scheuren krijgen daardoor niet de kans om zo groot te worden dat er wel korrels bij moeten.

Degelijk maar netjes

Ook in het Gele Kasteel speelt verkleuring van de materialen een rol, alleen gaat dat proces aanzienlijk sneller dan gebruikelijk. “Ik doe ook de vloeren in het Academiegebouw. Daar is voor een deel dezelfde steensoort gebruikt als bij het Corps, maar dan in een kleinere korrel. De hardheid is ongeveer hetzelfde maar toch is de onderhoudscyclus heel anders, ik ga daar maar één keer in de vijf à zes jaar heen. Dat heeft vooral te maken met het gebruik. Ook de kleuren zijn daardoor wat helderder dan bij het Corps. Als je hier een blokje Carrara vervangt dan is het een week later cognac, bij wijze van spreken.” Kleurverschillen vallen dus minder snel op, of beter gezegd ze verdwijnen sneller.
Bij het onderhoud en herstel van de vloeren in het Academiegebouw is de esthetiek relevanter dan bij sociëteit van het Corps. “In het Gele Kasteel gaat het er vooral om dat een schade wordt hersteld, dat de studenten er snel weer over moeten kunnen lopen en dat het niet snel weer stuk gaat.” Functioneel dus. Maar dat wil niet zeggen dat het niet netjes hoeft te gebeuren. Maarschalkerweerd repareert de scheuren met op kleur gemaakte lijm. “Omdat de cement hier erg vergeeld is, voeg ik wat geel toe aan de grijze lijm, zodat hij niet zo erg opvalt. En ik houd er rekening mee dat hij sneller donker wordt dan bij een particulier thuis. Kijk, deze scheur heb ik vorige week hersteld en nu zie je hem al nauwelijks meer.” Wat ook helpt is dat hij de reparaties altijd vlak en glad schuurt. “Je kunt het wel schoonmaken met een doekje met aceton maar de lijm kuilt snel in. Dat zie je én er kan er vocht in blijven staan; en de kans dat er vocht op de vloer komt is hier bij het Corps vrij groot.”

Het eeuwige dilemma

Bij elke terrazzo-/mozaïekrestauratie rijst de vraagt wat het ijkpunt is en wat het doel. Niet zelden is de steen die in een honderd jaar oude vloer is gebruikt, niet meer te vinden. Het is een natuurproduct. Daarnaast verkleuren steentjes en cement door tijd en gebruik.
Dan is er nog de manier waarop de korrels worden gemaakt; vroeger werd het materiaal gestampt, nu gerold; mozaïekblokjes werden gehakt, tegenwoordig gezaagd. Dat maakt de vorm anders. Meer dan een zo goed mogelijke benadering is eigenlijk niet mogelijk.
Maar zelfs als een terrazzovloer nu precies zo wordt hersteld zoals hij vroeger is gemaakt, dan is die reparatie nog steeds geen honderd jaar oud. Origineel en reparatie blijven veranderen maar het leeftijdsverschil niet. De vraag is dan dus wanneer de restauratie op het origineel moet lijken. Meteen? Over vijftig jaar? Over honderd jaar? Moet het herstelde werk nú op het origineel lijken, dan brengt dat weer nieuwe dilemma’s met zich mee. Een honderd jaar oude vloer waar Italiaans wit in zit moet met bijvoorbeeld Duits wit worden gerestaureerd als je het kleurverschil niet wil zien. Maar je werkt dan dus niet met het originele materiaal én over honderd jaar ziet het er wél anders uit. Allemaal lastige vraagstukken die van terrazzo- en mozaïekrestauraties een boeiende puzzel maken.

Voor het opgemaakte artikel met alle foto's kunt u Mebest 2019-2 bekijken. Download de pdf met de button hieronder of bekijk online de digitale bladerversie.

Download PDF

Meer Mebest

nee, bedankt
Download TBA App! Download de TBA App
beschikbaar voor
MOBIEL en TABLET
Play Store  of  Apple Store