TBA

plattegrond
Terug Mebest publicaties Download PDF

Uit de praktijk van TBA: Mooi is iets anders dan goed

Regelmatig krijgt Technisch Bureau Afbouw (TBA) als onpartijdige partij het verzoek om uitspraak te doen als opdrachtgever en afbouwbedrijf het niet eens zijn over de kwaliteit van het werk dat is geleverd. Zo werd technisch adviseur René Rieborn begin dit jaar gevraagd om een kunststofvloer te beoordelen

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: René Rieborn, Eric van Nieuwland

Welles nietes

De vloer in kwestie, een PMMA vloerafwerking, was in een keuken van een restaurant aangebracht. De opdrachtgever was niet tevreden over het eindresultaat, vooral de uitstraling van de vloer was volgens hem onder de maat. Het vloerenbedrijf was het daar niet mee eens. Omdat beide partijen lijnrecht tegenover elkaar stonden en er samen niet uitkwamen, vroeg het vloerenbedrijf aan TBA of een technisch adviseur een kijkje kon komen nemen. René Rieborn, één van de vloerenexperts bij TBA, nam deze kwaliteitscontrole voor zijn rekening.

Keuze

Het ging om een bestaand restaurant waar de keukenvloer gerenoveerd moest worden. Het vloerenbedrijf adviseerde de opdrachtgever om voor een PMMA-vloer te kiezen. Dat is immers een functionele vloerafwerking die zeer geschikt is voor toepassing in een professionele keuken. Het zou volgens het vloerenbedrijf ook een verstandige keuze zijn omdat de ondervloer van hout was. Bij zo’n ondergrond is met een PMMA-vloer veel minder kans op scheurvorming dan met een epoxy gietvloer of een troffelvloer, zo gaf het vloerenbedrijf aan. En dan was er, niet bepaald in de laatste plaats, de wens van de opdrachtgever om zo kort mogelijk last te hebben van de vloerrenovatie. Ook daarvoor zou de PMMA-vloer een ideale keuze zijn want door zijn korte droogtijd zou het aanbrengen van de afwerking maar één dag duren en kon de keuken de volgende dag weer gebruikt worden. De opdrachtgever volgde het mondeling gegeven advies op en koos inderdaad voor de PMMA-vloer.

Uitvoering

Rieborn schetst de werkzaamheden die vervolgens zijn uitgevoerd. “De opdrachtgever heeft op de houten constructiebalken een nieuwe vloer van 30 mm dikke multiplexplaten gemaakt. Het vloerenbedrijf heeft op alle naden een glasvezelmat aangebracht. Daarna heeft hij de vloer geprimerd, na uitharding een elastisch membraam aangebracht en weer na uitharding een scheuroverbruggend systeem dat vol en zat is ingestrooid voor de slipvastheid. Tenslotte is er na doorharding nog een coating aangebracht in twee lagen.” Het vloerenbedrijf heeft die werkzaamheden in één dag uitgevoerd. Daags daarna is de keuken weer in gebruik genomen maar de opdrachtgever vindt de vloer niet mooi en strak en noemt het eindresultaat onacceptabel.

Controle

“Ruim twee weken nadat de vloer is gemaakt, ben ik langsgegaan om hem te bekijken”, zegt de technisch adviseur van TBA. “Het was een grijze PMMA vloer met een antislip oppervlak. Gebreken zag ik er zo op het eerste gezicht niet in. De kok, die dagelijks in de keuken werkt, gaf aan dat hij ook geen gebreken is tegengekomen. Wel wees hij me op spaanslagen, die zijn met strijklicht goed te zien. Zonder strijklicht, met het licht mee dus, zijn ze echter nauwelijks zichtbaar.” Rieborn zag op één plek wat oneffenheden en op aantal andere plekken een verschil in de textuur van het oppervlak. Echte gebreken kon hij niet ontdekken.

Oordeel

Vooraf hebben opdrachtgever en vloerenbedrijf geen afspraken gemaakt over het uiterlijk van de vloer, aan welke esthetische eisen hij zou moeten voldoen en waar hij dus op beoordeeld zou moeten worden. Rieborn gebruikte daarom de SBRCURnet Richtlijn K653.14 ‘specificatie en beoordeling van kunstharsgebonden gietvloeren op esthetische aspecten’ om de vloer te beoordelen. “Die richtlijn beschrijft wat goed en deugdelijk werk is en hoe en waarop je het uiterlijk van kunststofvloeren beoordeelt”, zegt de technisch adviseur. In die richtlijn staat ook dat wanneer – zoals in dit geval – er contractueel geen beoordelingsklasse is vastgelegd, dan formeel beoordelingsklasse D van toepassing is. “En dat is ook precies de beoordelingsklasse die van toepassing is op een functionele gietvloer in een professionele keuken met beperkte esthetische eisen”, stelt Rieborn. Over het aantal oneffenheden (holten) per 25 m2 vloeroppervlak stelt de richtlijn dat er geen eisen zijn. Ter vergelijking, bij standaard esthetische eisen (beoordelingsklasse C) mogen dat er twee zijn. Wat spaanslagen betreft geldt voor beoordelingsklasse D dat er geen eisen zijn voor het aantal per 25 m2 en dat het toelaatbare hoogteverschil 0,5 mm is. Bij beoordelingsklasse B (hoge esthetische eisen) is 1 spaanslag per 25 m2 vloeroppervlak en een hoogteverschil van 0,2 mm toelaatbaar.
Zichtbaar textuurverschil in rollerbanen zijn volgens de richtlijn toegestaan bij beoordelingsklasse D, alleen bij A en B is dat niet het geval. “Ik kwam dan ook, mede op grond van de richtlijn, tot de conclusie dat de klacht van de opdrachtgever niet gegrond is; de aangebrachte vloer is technisch gezien goed en hij voldoet aan de gebruikelijke kwaliteitsaspecten.”

Meer weten over schadediagnoses, technische adviezen en andere diensten van Technisch Bureau Afbouw? Kijk hier.

Voor het opgemaakte artikel met alle foto's kunt u Mebest 2019-6 bekijken. Download de pdf met de button hieronder of bekijk online de digitale bladerversie.

Download PDF

Meer Mebest

nee, bedankt
Download TBA App! Download de TBA App
beschikbaar voor
MOBIEL en TABLET
Play Store  of  Apple Store