Gestukadoorde afwerking ter plaatse van het maaiveld blijft een heikel punt! · Nieuws · Technisch Bureau Afbouw
plattegrond
Terug naar alle nieuwsberichten

Gestukadoorde afwerking ter plaatse van het maaiveld blijft een heikel punt!

Architecten besteden in de bestek- en tekeningenfase vaak geen of te weinig aandacht aan de detaillering van het maaiveld.  Daarom is TBA vaak betrokken geweest bij onderzoek naar schades aan gestukadoorde gevelafwerkingen die worden veroorzaakt door vochtinvloeden vanuit het maaiveld en de fundering. Voor 1950 gaven architecten wel vaak in de ontwerpfase aan dat aan de onderzijde van gevels cement- of trasramen gemaakt moest worden. Het gebrek aan aandacht voor de juiste wijze van het maaivelddetail blijkt onder andere uit de volgende voorbeelden:

-          geen vochtafsluiting bij de overgang van betonfundering naar gevelmetselwerk;

-          geen waterdichte folie;

-          het vol en zat metselen van het metselwerk;

-          het toepassen van lichte kwaliteiten bakstenen of kalkzandsteen (restpartijen die toch verdwijnen achter het gevelstucwerk) en;

-          het achterwege laten van het ventileren van de spouw (spouwventilatie dient het aanwezige bouwvocht en vocht dat door de constructie heen dringt af te voeren).

         

Het is erg belangrijk om ventilatie- of beluchtingsroosters op de juiste plaatsen en in de juiste hoeveelheid in de gevels in te brengen. Hierdoor zal de vochtregulatie goed zijn. Dit betekent dat de roosters ook op hoger gelegen gevelvelden moeten worden ingebracht. En dus niet alleen aan de onderzijde van de gevel. Dat is wellicht niet de fraaiste oplossing in een egaal gestukadoorde gevelafwerking. Maar technisch wel noodzakelijk om vocht tegen te gaan. Het toepassen van stukadoorswerk op gevels vereist kennis van de ondergrondconstructie en de materialen. Een goede afstemming is erg belangrijk voor de gehele afwerking, maar ook voor toepassingen alleen op de onderzijde als plint. Zeker wanneer baksteenmetselwerk in te zachte kwaliteit verwerkt is of oud baksteenmetselwerk (niet zijnde een ouderwets tras- of cementraam) aanwezig is. De hardheid van het toe te passen stucsysteem moet worden afgestemd met de ondergrond. Deze afstemming gebeurt met materiaalcomponenten zoals zand, bindmiddel en hulpstoffen. Deze componenten zijn ongevoelig zijn voor vochtinwerking. Bovendien deformeren ze niet inwendig door een te open poriënstructuur en/of een te laag bindmiddelgehalte. Niet iedere pleistersamenstelling is namelijk geschikt om op vocht-, zout-, stoot- en krasgevoelige geveldelen aan te brengen.

Op dit moment denkt bouwend Nederland verkeerd over het maaivelddetail. We zijn namelijk bezig om gevelstucwerk op maaiveldniveau aan het oppervlak af te dichten tegen vochtinvloeden. Terwijl we eigenlijk de gehele gevelconstructie vochtdicht zouden moeten maken.  Zoals het vroeger ging.

De verantwoordelijkheid voor het ontstaan van schade verschuift zo namelijk van de architect, de bouwer en de metselaar naar de stukadoor. En daar zit de stukadoorssector niet op te wachten.

Om op een goede manier te reageren op deze wijze van werken heeft TBA samen met NOA en Rijkswaterstaat een richtlijn ontwikkeld om schades zoveel als mogelijk te voorkomen. Maar om problemen echt goed te kunnen voorkomen is meer nodig. De bestekschrijver zou deze richtlijn moeten opnemen als basis eis binnen besteksparagraaf 40 Stukadoorswerk als noodzakelijk uit te voeren werkzaamheden. De stukadoor moet dit natuurlijk positief oppakken en deze werkzaamheden meenemen. En het is ook belangrijk dat de hoofdaannemer de uitvoering van het maaivelddetail niet vergeet. Hij moet hier ook rekening mee houden in het budget.

Wilt u meer weten over TBA-richtlijn 1.9 ‘Richtlijn voor stukadoorswerk onder en ter plaatse van het maaiveld’? Kijk dan op http://www.tbafbouw.nl/publicaties/publicatie/BA-richtlijn-1.9