Schades kunststof vloerafwerkingen op houten ondergronden · Nieuws · Technisch Bureau Afbouw
plattegrond
Terug naar alle nieuwsberichten

Schades kunststof vloerafwerkingen op houten ondergronden


TBA wordt vaak ingeschakeld bij schades aan kunststof vloerafwerkingen op houten ondergronden. Deze keer ging het om schade aan een gietvloer op een ondergrond van houten platen. En om schade aan troffelvloeren op een ondergrond van nieuwe houten platen en beton waarop vroeger een houten vloerafwerking was geplaatst.

Schade aan de gietvloer

De houten platen zijn als ondergrond alleen gebruikt als oplossing voor een hoogteverschil.

De platen waren op een (oude) minerale ondergrond vol verlijmd. Maar helaas waren de platen nog niet droog. En ze waren ook nog niet voldoende gewend aan het klimaat in de ruimte waarin deze verwerkt waren. Het gevolg was drogingskrimp in de houten platen, nadat de gietvloer al was aangebracht. In de gietvloer werden de plaatnaden zichtbaar. De naden waren zelfs al als lichte opbolling voelbaar. Hierdoor het niet voldoende om de vloer plaatselijk te herstellen. Dit betekende dus dat de hele vloer inclusief de houten platen gesloopt en vervangen moesten worden door een ander product. Als product is toen voor een minerale egalisatielaag gekozen. Na het drogen van de egalisatielaag kon een nieuwe gietvloer worden aangebracht.

Schade aan troffelvloer op houten platen

De schade aan de troffelvloer was anders. In een oude, bestaande woning lag een houten constructievloer. En op de houten draagbalken lagen houten planken. Op deze planken waren houten platen aangebracht door een vloerenbedrijf. Deze platen waren keurig om de 150 mm. langs de randen vast geschroefd. Bovendien waren meerdere platen in het midden vast geschroefd.

Dit zou normaal gesproken een goede draagkrachtige constructie zijn. Maar niemand had er rekening mee gehouden dat de bewoner een grote potkachel op de troffelvloer zou plaatsen. De kachel diende als hoofdverwarming van de woning. In de wintermaanden heeft de bewoner de kachel gebruikt. De stralingswarmte van de kachel op de vloer leverde problemen op. Er waren namelijk twee kaarsrechte scheurlijnen op de plaatnaden zichtbaar geworden. Zoals veel materialen zet ook hout uit door opwarming. Maar bij hout is iets bijzonders aan de hand. De lineaire uitzettingcoëfficiënt is gering. Dat betekent dat hout slechts beperkt uitzet. Hout bestaat uit vochthoudende vezels. En bij verwarming drogen die vezels. Dan ontstaat er materiaalkrimp. En deze materiaalkrimp wint het van de geringe uitzetting. Per saldo krimpt hout dus bij opwarming. Met als gevolg: scheurlijnen. Conclusie is dus dat een houten ondergrond voor dit type verwarming uiterst kritisch is.

De oplossing voor dit probleem was om allereerst de houten planken van de draagbalken te verwijderen. En daarna een dubbele laag van houten platen aan te brengen. De houten platen moeten dan telkens op korte afstand vast geschroefd worden.  Bovendien moeten deze platen met niet overlappende naden gelegd worden. Dat kan door de legrichting van deze platen tussen onder- en bovenlaag 90° te draaien. Hierdoor is het risico van scheurvorming gering. Verder kan er beter gekozen worden voor een elastische vloerafwerking (bijvoorbeeld een camouflerende PVA-chips ingestrooide gietvloer) dan voor een harde troffelvloer. Bij een troffelvoer tekenen scheurtjes in de transparante topcoating namelijk al snel af. Zelfs als ze niet doorscheuren. Een hele andere vloerafwerking zoals laminaat was ook minder risicovol geweest.

Schade aan troffelvloer op houten en betonnen ondergrond

Een ander voorbeeld van een schade aan een troffelvloer zagen we in een jaren ’30 gebouw.

De troffelvloer vertoonde enkele niet-gerelateerde scheuren en klonk voor een groot deel ook onthecht. De onthechting was eigenlijk niet het probleem. Maar over de oorzaak valt wat te leren voor andere werken. Op de plek van onthechting was een vloer van houten planken. Deze planken waren verlijmd op een te dunne betonnen vloer met een stalen fundering. Door de leeftijd van de betonnen vloer stond vast dat er toen geen dampscherm was aangebracht. De vloer van houten planken werd vervolgens verwijderd. En de lijmlaag werd zo goed mogelijk afgeschuurd en geschrapt. Daarna is over de lijmresten de troffelvloer aangebracht. Maar vermoedelijk heeft vocht uit de constructievloer zich onder de troffelvloer opgehoopt. Door deze vochtophoping zijn oude lijmresten zacht geworden. Lijmen kunnen namelijk door water gaan weken. Dit noemen we reversibel. De troffelvloer ging onthechten door de lijmresten in het hechtvlak. Gelukkig heeft dit niet tot problemen geleid. Maar dit had wel zomaar gekund! Om dit soort problemen te voorkomen raden wij het aan om lijmlagen altijd zo goed mogelijk te verwijderen. Dit kan door frezen.

En als dit niet voldoende lukt probeer dan te achterhalen of vocht de lijmlagen op een later tijdstip kan bereiken. Bovendien is het goed om te weten of het gebruikte type lijm reversibel is. Leveranciers kunnen daar meer informatie over verschaffen. Maar het is ook mogelijk om zelf technisch onderzoek te doen. Bijvoorbeeld door wat lijmresten voor een langere tijd in een bak met water te laten weken. En dan later te controleren of deze resten veranderen. Als dit het geval is, kunt u de gok beter niet nemen. Uiteindelijk blijkt een oude waarheid altijd weer juist: van schade en schande wordt men wijs.