Wurgcontract schrikt bouwers af · Nieuws · Technisch Bureau Afbouw
plattegrond
Terug naar alle nieuwsberichten

Wurgcontract schrikt bouwers af

Ondanks Haagse normen voor fatsoenlijk aanbesteden, zadelen opdrachtgevers bouwbedrijven steeds vaker op met wurgcontracten, signaleren deskundigen. “Het is schrikbarend wat bouwers krijgen voorgelegd.”

Drie van de vier aannemers trokken zich onlangs terug uit een aanbestedingsprocedure voor een brug. Het ging om een klus van 168 miljoen euro in Maastricht. Bouwers klaagden over lange procedures, lage rekenvergoedingen en hoge risico’s.

De opdrachtgever ging op onderzoek uit. “We doen niets fout”, was de conclusie. En dus gaat hij door met de enige combinatie (Ballast Nedam en Strukton) die het wel aandurft.

Wie heeft er gelijk? De combinatie die ogenschijnlijk afstevent op een simpele ‘overwinning’ of de drie opstappers? Hoe dan ook, het voorbeeld staat niet op zich, zegt Rob Bleeker, advocaat bij Rozemond Advocaten. Hij constateert dat opdrachtgevers steeds vaker risico’s over de schutting gooien: “Bouwbedrijven zullen zich vaker terugtrekken. Ook omdat overheden tegenwoordig contracten van tientallen of honderden miljoenen inclusief ontwerprisico aanbesteden. Als het dan misgaat, gaat het niet meer om 10.000 euro en een beetje zand erbij.”

Werkverschaffers overschrijden dikwijls de grenzen van het aanvaardbare, ervaart Bleeker. “Bouwbedrijven worden vaak ernstig in hun rechten beperkt. Een bekend voorbeeld vormen de draconische boetes van 20.000 tot 50.000 euro per week vertraging. Uitvoertermijnen zijn bovendien vaak te kort. En als aannemers dan om iets meer rekentijd vragen, is het antwoord meestal nee.”

Mogelijkheden om onzichtbare, veelal ondergrondse risico’s goed af te prijzen, hebben bouwbedrijven niet, volgens Bleeker. “Dan heb je dus twee opties. Óf je duikt mee óf je trekt je terug. Ik denk dat meer aannemers in de toekomst denken: bekijk het maar met je onmogelijke voorwaarden. Of aanbesteden Russische roulette is? Het probleem is meer ‘het is slikken of stikken’.”

Onredelijke eisen

Vooral overheidsopdrachtgevers hanteren onredelijke eisen, valt de pleitbezorger op: “In de politiek heeft iedereen het over eerlijke voorwaarden, maar bij aanbestedingen plussen overheden – gek genoeg veel meer dan het bedrijfsleven – allemaal standaardvoorwaarden in hun eigen voordeel op.”

De Gids proportionaliteit (een soort fatsoensnorm als bijlage van de Aanbestedingswet) die eerlijk aanbesteden moet bevorderen, sorteert nauwelijks effect, vervolgt Bleeker: “De gids is als document fantastisch, maar bestuurders trekken zich er weinig van aan. Soms motiveren ze waarom ze ervan afwijken, maar eigenlijk zijn er vrijwel geen projecten die afwijkingen van eerlijke standaardvoorwaarden rechtvaardigen.”

Advocaat en hoogleraar bouw- en aanbestedingsrecht Jan Hebly bevestigt het relaas van zijn vakgenoot: “Meer risico’s worden op het bordje gelegd van aannemers. De verhoudingen zijn scheef.”

Hebly schreef als voorzitter mee aan de Gids proportionaliteit. “Het punt is dat opdrachtgevers ondanks de best goed gelukte gids, vrijwel onbeperkte aansprakelijkheid mogen eisen in contracten.”

Harde woorden zijn er ook over de commissie van aanbestedingsexperts. Bleeker: “Klachten worden geëlimineerd en contracten worden er vaak doorgedrukt. Aannemers kunnen dan alleen een kort geding aanspannen, maar dat durven ze vaak niet.”

Minister Kamp (economische zaken) laat het functioneren van de commissie van aanbestedingsexperts onderzoeken. Eind maart, begin april is dat onderzoek afgerond. De commissie wil niet inhoudelijk reageren.

(Bron: Cobouw.nl)