070 33 66 500 info@tbafbouw.nl

In de periode van 2019-2020 was een vrijstaande woning gebouwd. De woning had een 1e verdiepingsvloer van betonnen breedplaat elementen. De plafondzijde van deze elementen waren ter plaatse van de begane grond in onderaanneming afgewerkt. De naden tussen de breedplaat elementen werden uitgevlakt. Na het drogen werden op de plafonds een pleistersysteem toegepast en glad afgewerkt. In week 27 had een schildersbedrijf in opdracht van de bewoners de plafonds voorbehandeld met een voorstrijk-/primerlaag en vervolgens airless bespoten. Kort na de werkzaamheden constateerden de bewoners concentraties kleine scheurtjes aan het oppervlak van de plafondafwerking.

Het bouwbedrijf had vervolgens herstelwerkzaamheden aan de plafonds laten uitvoeren. Een afbouwbedrijf heeft toen alle losse plafonddelen afgestoken en met een dunpleistermateriaal uitgevoerd. Na een droogperiode van een week had het schildersbedrijf de plafonds voorzien van een ander type voorstrijk-/primermateriaal en opnieuw voorzien van een muurverf afwerking. Kort
na de schilderwerkzaamheden ontstonden weer plaatselijk concentraties kleine scheurtjes (craquelé). Het bouwbedrijf had TBA verzocht om de schadeplekken aan dit geschilderde stukadoorswerk te onderzoeken.

Waarnemingen
“Na het lezen van een adviesrapport en technische informatie- en fotobladen ben ik naar de woning gegaan voor mijn onderzoek”, vertelt Ed van der Plas, onze stukadoorsexpert. “In de woning constateerde ik het volgende:

– Aan het oppervlak van het geschilderde plafond waren plaatselijk concentraties fijne scheurtjes zichtbaar.
– Na het plakken en lostrekken van een strook ducttape op de scheurtjes onthechtte het oppervlak van de toegepaste pleisterlaag. Hierna was door deze mechanische belasting van de plafondafwerking in lichte mate een afpoederend laagje zichtbaar.
– Het oppervlak van de blootliggende pleister was vormvast en hechtte voldoende aan het betonoppervlak. Er vond hier bij mechanisch steken geen onthechting op basis van scholvorming plaats.
– Na het benatten van het oppervlak van de pleisterlaag en het beton met gedestilleerd water vond vrij snel capillaire opname plaats. Hier was sprake van een vrij sterk zuigend oppervlak bij de pleisterlaag.
– Na het indrukken van het enige scheurtjes sprong vrijwel ‘schoon’ een deel van de plafondafwerking achter de scheurtjes los. Na het beoordelen van dit betonoppervlak met indicatorvloeistof bleek hier plaatselijk een hoge pH waarde voor te komen (violet kleur).

Conclusie
Na mijn onderzoek kon ik concluderen dat het schildersbedrijf een ongeschikte voorstrijk-/ hechtprimer had gebruikt. De voorstrijk-/hechtprimer was geschikt voor niet en zwak absorberende ondergronden. Dat was hier niet het geval. Integendeel zelfs. Het oppervlak van deze pleister nam vrij snel water op. De voorstrijk-/hechtprimer had een te groot/sterk drogingskrimpgedrag veroorzaakt op- en in het oppervlak van de afwerking. Hierdoor was het oppervlak plaatselijk inwendig gedeformeerd en kon de verfafwerking op deze plekjes een vrij drogingskrimpgedrag ondergaan. Door onvoldoende aanhechting van de verfafwerking op deze gedeelten waren krimpscheurtjes ontstaan. De gescheurde plafonddelen waren onvoldoende (lees: diepte) gereinigd. Het schilderbedrijf had dit oppervlak onvoldoende voorbehandeld. In deze situatie was het nodig om de delen pleisterwerk tot aan het betonoppervlak te verwijderen, het beton te reinigen en te repareren.”

Heeft u schade en wilt u graag de oorzaak achterhalen? Bel dan 070 33 66 500 of mail naar info@tbafbouw.nl.

get_footer();