Bij de herontwikkeling van een kantoorgebouw tot appartementen werden nieuwe gipskartonplatenplafonds en -wanden aangebracht. Enkele maanden na oplevering ontstond in meerdere woningen scheurvorming in plafonds en plaatselijk ook in wanden. Het uitvoerende plafond- en wandbedrijf schakelde het Technisch Bureau Afbouw (TBA) in om de oorzaak van deze schade vast te stellen.
Hermen de Hek, specialist wand- en plafondsystemen bij TBA, onderzocht de situatie ter plaatse.
Bevindingen op locatie
“Tijdens mijn inspectie heb ik eerst gekeken naar de constructieve opbouw van de plafonds,” vertelt De Hek. “De plafonds waren opgebouwd uit metalen C-profielen met een hart-op-hartafstand van circa 400 millimeter. De overspanningen bleven binnen de geldende richtlijnen en de profielen waren regelmatig afgehangen aan de bovenliggende betonnen vloer. Ook de bevestiging van de gipsplaten was correct uitgevoerd.”
Constructief bleek er dan ook geen directe aanleiding voor scheurvorming. Wel vielen andere zaken op. In één van de appartementen was eerder sprake geweest van een lekkage ter hoogte van de dakopbouw en de dakranden. “Die schade was hersteld, maar kort daarna waren opnieuw scheuren zichtbaar,” aldus De Hek.
Daarnaast bevond dit appartement zich aan de zonzijde van het gebouw en liep de temperatuur in de ruimte sterk op. “In combinatie met de eerdere lekkage gaf dat belangrijke aanwijzingen.”
Invloed van vocht
Bij nadere beoordeling bleek dat meerdere plafonds een licht golvend verloop vertoonden. “De gipsplaten waren tussen de profielen doorgezakt. Dat gebeurt niet zomaar,” legt De Hek uit. “Dat wijst vrijwel altijd op langdurige en overmatige vochtbelasting.”
Tijdens de uitvoering van het project was het gebouw nog niet volledig wind- en waterdicht. Door regeninslag, lekkages en hoge bouwvochtbelasting hadden de gipsplaten vocht opgenomen en waren ze tijdelijk uitgezet. “Wanneer zo’n gebouw daarna gaat drogen, treedt krimp op,” zegt De Hek. “Die krimp veroorzaakt spanningen in het plafond. Zodra die spanning te groot wordt, ontstaan scheuren – meestal ter plaatse van de plaatnaden.”
De combinatie van doorgezakte platen en scheuren bevestigde het beeld dat de plafonds te lang aan vochtige omstandigheden waren blootgesteld.
Oorzaak en beoordeling
De oorzaak van de schade lag niet in de gekozen plafondconstructie of de montage daarvan, maar in de omgevingsomstandigheden tijdens en na de uitvoering. “Gipsplaten zijn gevoelig voor vocht,” benadrukt De Hek. “Als werkzaamheden plaatsvinden in een gebouw dat niet geconditioneerd is, kan bouw- of lekwater eenvoudig worden opgenomen. Dat effect zie je soms pas maanden later terug.”
Herstel en advies
Herstel werd technisch goed mogelijk geacht, mits aan een aantal voorwaarden werd voldaan. Allereerst moest worden uitgesloten dat er nog lekkages aanwezig waren en moest de ondergrond volledig droog zijn.
“De bestaande voegafwerking, inclusief de wapeningsband, moest volledig worden verwijderd,” licht De Hek toe. “Daarna diende de ondergrond schoon en stofvrij te worden gemaakt en te worden voorgestreken met een geschikte primer om de zuiging te reguleren.”
Vervolgens konden de voegen opnieuw worden gevuld met een vezelversterkte voegenvuller, waarbij in de natte voeg een papieren of glasvlies wapeningsband werd aangebracht. “Na volledige droging kon de afwerking worden gefinisht en geschuurd,” besluit hij.
Meer informatie over onze diensten: www.tbafbouw.nl/diensten