In een woning ontstond discussie over het uiterlijk en de gebruikseigenschappen van een decoratieve vloerafwerking, circa twee jaar na oplevering. De bewoners ervoeren een sterk gekrast oppervlak, glansverschillen en plaatselijke vlekvorming. Het Technisch Bureau Afbouw (TBA) werd gevraagd om een onafhankelijke kwaliteitscontrole uit te voeren.
René Rieborn, vloerenexpert bij TBA, voerde de inspectie uit.
“Bij dit soort meldingen is het belangrijk om eerst goed te kijken wát er precies wordt beoordeeld,” vertelt hij. “Gaat het om technische gebreken, of om esthetische eigenschappen die bij het type vloer horen?”
Wat trof de adviseur aan?
Het betrof een cementgebonden decoratieve vloerafwerking, afgewerkt met een transparante watergedragen polyurethaan (PU) topcoat. Tijdens de inspectie stelde Rieborn vast dat de vloer plaatselijk verschillen in glansgraad vertoonde.
“Die glans- en dofheidsverschillen zijn met name zichtbaar onder strijklicht, wanneer je laag bij de vloer kijkt,” legt hij uit. “Onder normaal, diffuus licht vallen deze verschillen nauwelijks op.”
Daarnaast waren in de PU-topcoat krassen zichtbaar. “Die krassen bevonden zich in de beschermlaag,” aldus Rieborn. “Door vervuiling in de vloer tekenden ze zich visueel donkerder af, maar technisch gezien was dit een normaal gebruiksspoor.”
Ook werden kleine puntvormige onregelmatigheden (pinholes) waargenomen. “Die waren al vanaf het moment van aanbrengen aanwezig,” zei hij. “Het waren typische kenmerken van een ambachtelijk aangebrachte cementgebonden vloer. Na verloop van tijd kon vuil zich hierin ophopen, waardoor ze meer zichtbaar werden.”
Karakter van de vloer
Volgens Rieborn pasten de waargenomen verschijnselen bij het karakter van dit type vloer.
“Deze vloer had een industrieel en levendig uiterlijk. Kleine oneffenheden, luchtbelletjes, glansverschillen en verwerkingssporen hoorden daarbij. Dat maakte de vloer uniek, maar betekende ook dat hij er nooit volledig ‘egaal’ uit zal zien.”
De aangebrachte PU-topcoat had een beschermende functie, maar was geen onslijtbare laag. “Een polyurethaan toplaag kon krassen oplopen door schuivend meubilair of zand onder stoelpoten. Dat was bekend gedrag en werd niet als een gebrek gezien,” aldus Rieborn. “Belangrijk was dat deze toplaag onderhoudbaar is en, indien gewenst, in de toekomst kon worden opgefrist.”
Ook de wijze van beoordelen speelde een grote rol. “Vloeren beoordeel je staand, op circa 1,5 meter hoogte en onder diffuus licht,” benadrukte hij. “Bij beoordeling volgens die richtlijnen waren geen storende afwijkingen vastgesteld.”
Verschil tussen verwachting en werkelijheid
De vloerafwerking vertoonde geen technische gebreken en voldeed aan wat van dit type decoratieve vloer mag worden verwacht. De aanwezige krassen, glansverschillen en pinholes pasten binnen het normale beeld van een cementgebonden vloer met PU-topcoat.
“Wat hier vooral zichtbaar werd,” concludeerde Rieborn, “was een verschil tussen verwachting en werkelijkheid. Wie kiest voor een ambachtelijke vloer, kiest ook voor een vloer die leeft en gebruikssporen laat zien.”
Kijk voor meer informatie over onze diensten op www.tbafbouw.nl/diensten.